Kopgroep houdt stand in vierde etappe Tour Auvergne-Rhône-Alpes, Van Aert wint pelotonsprint
De kopgroep is erin geslaagd om in de vierde etappe van de Tour Auvergne-Rhône-Alpes voor het peloton uit te blijven. Wout van Aert bleek uiteindelijk de snelste van het peloton, enkele seconden na ritwinnaar Quinn Simmons.
De vierde etappe voerde het peloton van Le Puy-en-Velay naar Montrond-les-Bains. Direct na de start kregen de renners enkele gecategoriseerde beklimmingen voorgeschoteld. Er ontstond een lange strijd voordat de vlucht van de dag tot stand kwam, maar uiteindelijk slaagden twaalf renners erin zich los te maken van het peloton.
Daags na de overwinning in de ploegentijdrit mikte Team Visma | Lease a Bike opnieuw op succes. De geel-zwarte formatie nam haar verantwoordelijkheid in de achtervolging op de kopgroep. Na een lange jacht naderde het peloton tot op ongeveer tien seconden, maar de leiders hielden knap stand in de slotkilometers. De tien overgebleven vluchters sprintten om de ritzege, waarbij Simmons aan het langste eind trok. Kort daarna was Van Aert de snelste in de sprint van het peloton. De 31-jarige Belg eindigde als elfde.
"Ik onthoud vooral dat ik vandaag met een goed gevoel rondreed"
“De kopgroep was erg sterk vandaag”, reageerde Van Aert na afloop. “We hebben als ploeg onze bijdrage geleverd in de achtervolging. Mijn ploeggenoten hebben heel veel gegeven, maar het lukte ons net niet om de kopgroep terug te halen. Ik was uiteindelijk de snelste van het peloton, maar dat heeft uiteraard weinig waarde. Ik onthoud vooral dat ik vandaag met een goed gevoel rondreed en dat we ons als ploeg opnieuw hebben laten zien.”
“Na een pittige start was het moeilijk om controle te krijgen over de koers”, blikte ploegleider Maarten Wynants terug. “Toen de kopgroep eenmaal was weggereden, bleek het niet eenvoudig om de achtervolging goed te organiseren. We hebben er als ploeg alles aan gedaan, maar uiteindelijk kwamen we net tekort. Morgen dient zich op een vergelijkbaar parcours een nieuwe kans aan, maar we blijven ons ook richten op het klassement.”








